Beton : onlosmakelijk verbonden met de bouwsector.

Mortel en beton bestaan al even lang als de bouwkunst.

De geschiedenis begint omstreeks 1950 voor Christus, met het gebruik van klei en leem,
gaat verder met mortel op basis van kalk die hard wordt bij contact met lucht,
tot de ontdekking van de hydraulische eigenschappen van puzzolaanaarde,
tras en andere vulkanische gesteenten die, wanneer ze aan kalk worden toegevoegd,
deze mortel ook onder water laten drogen.

Beton – ongewapend, gewapend of voorgespannen – is al decennia lang het meest gebruikte
materiaal in de bouw van kunstwerken, gebouwen en wegen.
Het gebruik van kwaliteitsbeton vergt kennis van de technologie van beton.

Gebruiksklaar beton kwam in 1967 op de Belgische markt en kende een steile opgang.
Deze ontwikkeling is een logisch gevolg van de evolutie naar grotere en sneller gebouwde
bouwwerken en de beschikbaarheid van al maar krachtigere en grotere mechanische
middelen zoals vrachtwagens uitgerust met een betonmolen en pompinstallaties voor beton.

Gebruiksklaar beton bestaat in principe voor 70 tot 80% uit granulaat (aggregaat),
10 tot 15% uit cement, 15 tot 20% uit water en 2 tot 5% uit lucht (in volumepercentage).
Zijn gewicht schommelt tussen 2200 kg/m³ en 2415 kg/m³.  



Design and hosting : websitesa.com